In 1938 is het bedrijf opgericht door de heer P.J. (Piet) Boeters. De activiteiten van het bedrijf bestonden toen uit grondstomen en handel in tuinbouwartikelen. In de jaren 60 zijn wij begonnen met ketelreparaties en het vernieuwen van vlampijpen. Naast reparatiewerkzaamheden zijn wij ook ketels gaan reviseren. Eind jaren tachtig, van de vorige eeuw, zijn wij gestart met het produceren van onze eigen ketels. Als familiebedrijf kan men bogen op drie generaties ervaring en is al 70 jaar een vertrouwd adres voor nieuwe innovatieve ketels en ketelreparatie. Boeters Ketel Constructie B.V. heeft een uitgekiend totaalpakket aan ketels welke volledig aansluit aan de vraag vanuit de markt. Voor ketelreparatie is men het bedrijf wat dag en nacht klaarstaat om eventuele problemen direct op te lossen. Het bedrijf heeft onder leiding van, eerst Arie en daarna zijn zoon Rob Boeters, zich ontwikkeld als leverancier voor de glastuinbouwsector met als doel het leveren van producten voor ketelhuisinrichtingen. Vanuit de bedrijfslocatie in Honselerdijk worden de producten wereldwijd geëxporteerd.

Een oude advertentie uit het 'vakblad voor de bloemisterij en groenten en fruit' van vlak na het eindigen van de Tweede Wereldoorlog.

Aan de ontwikkeling van onze huidige ketel, de BBK (Boeters BufferKetel), zijn we in 2003 begonnen en we hebben hem, tot veler tevredenheid, in 2005 op de markt gebracht. De BBK is een lange ééntreksketel, alleen geschikt voor warmwater, met een hoog rendement. De diameter van de brander is 1.70 meter. Verder leveren wij ook nog onze WND (580 kW - 13.940 kW, alleen warmwater) ketel en de WNDLD (580 kW - 13.940 kW). Deze laatste heeft meer waterinhoud en is ook eventueel geschikt voor grondstomen. Zie voor verdere info productinformatie.

D.m.v. het toepassen van condensors kunnen we het rendement van een water- of stoomketel zodanig verhogen dat de installatie wordt opgewaardeerd tot een hoog rendement ketel. Dit levert een aanzienlijke energiebesparing op en is zeker gezien de steeds maar stijgende energieprijzen geen overbodige luxe.

Een foto uit de jaren '50, met rechts de grondlegger van Boeters Ketel Constructie B.V., Piet Boeters, met naast hem zijn broer Kees en links zijn werknemer Dirk Klapwijk.

 

 

Een stoomketel is bedoeld om stoom op te wekken uit water. Deze stoom kan worden gebruikt voor vele toepassingen. De ketels die wij produceren en waar we veel innovatie op toepassen dienen voor het vernietigen van onkruid in de glastuinbouw c.q. kwekerijsector.

Stoomketels worden onderverdeeld in drie groepen, namelijk de vuurgangvlampijpketel (ook wel vlampijpketel) de waterpijpketels en afgasketels.

Vuurgangvlampijpketel

Een vuurgangvlampijpketel, ook wel Schotse ketel genoemd, heeft de vorm van een liggende cilinder. In deze cilinder zit een gang die we vuurgang noemen. Deze gang eindigt in het inwendige van de ketel in de keerkast. Deze keerkast is een holle ruimte die door vele steekbouten gesteund word om zodoende op zijn plaats te blijven en de grote druk te kunnen weerstaan. Vanuit de keerkast lopen tientallen tot honderden vlampijpen terug naar de voorzijde van de stoomketel. In de vuurgang ligt een rooster waarop de brandstof verbrand word. De warme gassen en rook komen vervolgens in de keerkast en hierna gaan deze door de vlampijpen richting de rookkast die in verbinding staat met de schoorsteen. Alle delen waardoor de hete gassen passeren geven hun warmte af aan het omringende water. Hoe meer vlampijpen, hoe groter de keerkast en vuurgang, des te meer warmte kan er overgedragen worden aan het water. Om de warmteoverdracht te verbeteren wordt de vuurgang meestal gegolfd gemaakt. Zo wordt een groter oppervlak gecreëerd. Tevens wordt de vuurgang hierdoor sterker en kan deze dus dunner construeert worden om sneller de warmte door te geven. Er zijn schotse ketels met één vuurgang en één keerkast, de zogenaamde tweetreksketel. In het begin werden deze ketels gestookt met kolen later veelal met oliebranders. Tegenwoordig is aardgas ook een veel voorkomende brandstof.

Het opstoken van een Schotse ketel is erg tijdrovend. Een kleine ketel bevat al gauw 5000 liter water wat van buitentemperatuur tot b.v. 180 graden (geeft 12 kg. per vierkante centimeter druk) verwarmd moet worden. Ook alle stalen delen van de ketel moeten rustig kunnen uitzetten om schade te voorkomen. Het opstoken duurt al gauw 2 dagen, maar hoe groter de ketel des te langer het duurt. Bovenin de ketel zit de stoomruimte met stoomdom waarop alle aansluitingen naar bijv. de machine geplaatst zijn.

Waterpijpketel

In tegenstelling tot een vuurgangvlampijpketel wordt bij een waterpijpketel het water door de pijpen gevoerd i.p.v., zoals bij een vlampijpketel, waar het water om de pijpen wordt gevoerd en de vlam er door. Een waterpijpketel heeft de vorm van een rechtopstaande doos waarbij de buitenkant volledig uit pijpen bestaat. De brandstof wordt verbrand in de vuurhaard. Hiervoor wordt de brandstof gemengd met de verbrandingslucht, die is voorverwarmd in de verbrandingsluchtvoorwarmer (Luvo). Het inbrengen van dit brandstof/luchtmengsel gebeurt op 4 à 5 etages, waarbij in iedere hoek, en per etage, een brander is opgesteld. De branders staan zodanig opgesteld dat de vlam tangentiaal door de vuurhaard van de ketel gaat. Het water in de ketel wordt verwarmd door de straling van het vuur en de warmte van de rookgassen.

De pijpenbundels, die de rookgassen tegenkomen, hebben allen een andere functie. De volgorde is: de verdamper, de verschillende oververhitters (OVO's) zoals: (rookgas)stralings- en (rookgas)stromingsoververhitters, de economizer (de ECO) en de verbrandingsluchtvoorverwarmer (de Luvo).

Het voedingswater wordt door de ketelvoedingswaterpomp allereerst door de ECO gevoerd. Hierbij wordt het water opgewarmd en de rookgassen verder afgekoeld. Dat wil zeggen dat de aanwezige warmte in de rookgassen over gaat in het voedingswater. Dit geeft een rendementsverhoging. Er is hier nog geen stoomvorming. Vervolgens zal het naar de stoom/waterdrum gaan. Dit is een vat boven in de ketel. Vanuit de stoom/waterdrum gaan een viertal grote pijpen, buiten de vuurhaard, naar een vat beneden in de ketel: de waterdrum. Vanuit deze waterdrum komen kleinere pijpen die gezamenlijk de verdamper vormen en daarmee de wanden van de ketel. In deze pijpen worden dampbellen gevormd door de warmte in de vuurhaard. De dampbellen gaan omhoog terug naar de stoom/waterdrum en worden afgevoerd naar de eerste OVO. In de OVO wordt de stoom oververhit. Vaak zitten er meerdere OVO's achter elkaar geschakeld.

Vanuit de laatste OVO gaat de stoom naar de hogedrukturbine. Hierna wordt de stoom, die nu een lagere druk en temperatuur heeft, in de Herovo weer opnieuw oververhit en zal dan naar de midden- en lagedrukturbines gaan waar de druk en temperatuur nog verder afnemen.

Na de lagedrukturbines komt de afgewerkte en uitgeputte stoom in de vacuümcondensor en wordt gecondenseerd tot water. Dit water wordt in stappen opgewarmd en uiteindelijk door de ketelvoedingswaterpomp naar de ketel (ECO) gevoerd. Hierna begint de cyclus opnieuw.

 

©opyright 2008 BKC B.V. | Alle rechten voorbehouden | disclaimer